HET VIERKANTE EI                                 


 

Een rode sticker met het nummer 445 op mijn linkerborst markeert mijn deelname aan een van de voorrondes voor “Het vierkante ei”, de kunstwedstrijd van de Volkskrant en de NPS, waarvan de winnaar bekend wordt gemaakt tijdens een uitzending op tv en daarmee dus 'wereldroem' ten deel valt. Ik ben één van de uit duizenden geselecteerde potentiële deelnemers. Een eenvoudig rekensommetje gaf als uitkomst dat ik nog maar 999 concurrenten zou hebben, maar aangezien een aantal voorrondes al heeft plaatsgevonden, is dat aantal al aanzienlijk geslonken.

Al heel vroeg sta ik op, immers ik moet om 09.00 uur in het Centraal Museum in Utrecht zijn en als ik te laat kom, dan ben ik helaas uitgesloten van deelname. En dus gaat de wekker om 06:30 uur, verlaat ik om 07:30 uur het huis, neem ik de trein van 07:55 uur, kom ik om 08:10 uur in Utrecht aan, loop ik via de markt, waar ik alvast de Volkskrant van vandaag koop, naar het museum aan het Nicolaaskerhof, waar ik om iets over half negen aankom. Ik ben niet de eerste; een aantal mensen staat al voor de ingang met schilderijen, ingepakt in vuilniszakken of bubbeltjesplastic. Mensen van allerlei pluimage, allen amateurkunstenaar en in de race voor dat felbegeerde tv-optreden. Mijn motivatie is niet zo groot, aangezien ik nog steeds een gapend gat heb, waar eens mijn voortand zat en over een aantal maanden ongetwijfeld weer een mooi tandje teruggezet wordt, waarmee ik echter niet op tv durf te verschijnen. Ook speelt mee dat de volgende ronde tijdens mijn vakantie plaatsvindt, dus mocht ik vandaag geselecteerd worden, dan kan ik sowieso niet door naar de volgende ronde. Uitstel wegens mijn vakantie zal de organisatie ongetwijfeld niet overwegen. Haha... dat zou wel grappig zijn: “helaas moeten wij de competitie stilleggen wegens vakantie van één van de deelnemers”.

 

Naast de rode sticker met nr. 445, krijg ik twee koffiemuntjes. Die heb ik wel nodig want de cappuchino die ik op station Amersfoort kocht is al uitgewerkt. Bovendien ging het museum veel te laat open waardoor ik eerst een half uur op een bankje in de wind en in de schaduw zat te vernikkelen. OK, mijn fout, misschien had ik een jas aan moeten doen, maar ik heb nou eenmaal het voorjaar in mijn hoofd en met de weersverwachting van 18 graden, was ik ervan overtuigd zonder jas het huis te kunnen verlaten. Pas om kwart over negen worden we binnengelaten en voordat iedereen in de refter z'n kunstwerk heeft uitgepakt en een kop koffie voor zich heeft, is er een kwartier om. Rond half tien worden we officieel verwelkomt; een dame vertelt dat zij de gastvrouw van de dag is en vraagt alle kunstenaars hun kunstwerk naar de kelder te brengen en daar neer te zetten. De technische dienst zal daarna de werken ophangen. Dit neemt enige tijd in beslag, waardoor we pas rond 10:00 uur de jury mogen ontmoeten.

 

De voorzitter opent de dag met de mededeling dat we trots mogen zijn op onze selectie, dat we al ver gekomen zijn, maar dat bijna niemand de volgende ronde zal halen, ze zoeken slechts 1 kunstwerk om door te gaan. “Oh, dat geeft niet, ik ga vast door” zie ik een aantal mensen denken. Maar ja... dat zijn er meer dan 1, dus een deel van hen zal teleurgesteld zijn. Ik ga nergens vanuit, ben weliswaar geselecteerd maar alleen al door mijn vakantie uitgesloten van verdere deelname. Tel daar het feit bij op dat mijn schilderij een gevoel kan opwekken à la “oh, daar moet iemand zo nodig Van Gogh naschilderen” en mijn kansen zijn verkeken. En terecht, want ik had wel iets origineler kunnen zijn en een ander schilderij kunnen opgeven. Toch ben ik geselecteerd op een foto van deze zonnebloemen, dus iets zal de jury getriggerd hebben.

 

“Wilt u naar beneden gaan en bij uw kunstwerk gaan staan, zodat wij, als jury een gesprekje met u kunnen voeren. Oh, en wilt u uw toelichting beperken tot het kunstwerk  dat u heeft meegenomen. Dat betekent dat u uw eventueel meegebrachte foto's, overzichtsboeken of eventuele andere werken niet kunt tonen”. Een ondubbelzinnige berichtgeving – waag het dus niet om iets uit je tas te trekken waarop een andere afbeelding staat dan jouw competitie-kunstwerk.

 

Als ik beneden aankom, staat er al een jurylid klaar bij mijn schilderij. Ik heb zijn naam gehoord, maar ben 'm onmiddellijk weer vergeten, maar ik weet dat hij voor Talens Palet werkt en daar de kunstwedstrijd organiseert. “Zo, dus jij heb de zonnebloemen van Van Gogh gekozen” begint hij ons gesprek. Hmmm... dat belooft weinig goeds. “Ik heb er wel mijn eigen interpretatie aan gegeven en allerlei goudmaterialen gebruikt, zoals goudpoeder, goudverf en gouden acrylstift”. “Heb je er meer geschilderd, net als Vincent?” “Ja, ik heb een serie gemaakt, in verschillende kleurstelling en compositie, waarvan er ééntje als zwerfkunst door Hamburg zwerft” antwoord ik. Hij gaat niet in op het zwerfkunst item en ik verbaas me even dat hìj klaarblijkelijk wèl over ander werk mag praten. Hij vraagt wat ik in het normale leven doe en dan is ons gesprek voorbij. Ja, ik had natuurlijk honderduit kunnen praten, ware het niet dat ik me niet echt vrij voel, zo zonder voortand. Die is namelijk getrokken en na een bottransplantatie moet mijn bovenkaak nu genezen, waarna er een implantaat geplaatst wordt met een nieuwe kroon erop. Weet hij veel dat dit een tijdelijke leemte is – ik schaam me voor mogelijke denkbeelden die ik oproep. Vervelend dat dat gedoe met die voortandvervanging zo lang duurt! En dan laat ik de pijn die dit voorval met zich meebracht maar even buiten beschouwing!

 

Ik voel me dus een tandloze Van Gogh copy cat en ben blij als ons gesprek voorbij is. Mijn buurman is blijkbaar een stuk interessanter, hoewel ik niets in zijn werkstuk zie. Ik loop een rondje door de zaal en bekijk het werk van de concurrentie. Eén man valt op; hij heeft een staart aan z'n broek hangen. Geen behaarde staart ofzo, maar een staart die eruit ziet als rauw vlees. Smakeloos walgelijk provocerend. Zijn kunstwerk is even misselijkmakend: een schilderij van een zwartwitte rugwervel met onderaan een haakje waar net zo'n staart als aan z'n broek hangt, bevestigd is. Bah.

 

Een vrouw die allerlei postzegels op een vel karton geplakt heeft, heeft haar kunstwerk laten vallen,waardoor het glas van de lijst kapot ging. Het karton valt steeds uit de glasloze lijst, dus ik bied haar mijn tape aan, om het vel karton vast te tapen. Ze is me dankbaar. Het kunstwerk dat mij het meest bevalt, valt niet in de prijzen. Ook de zebra, m'n nr. 2 favoriet, is niet genomineerd voor verdere deelname, blijkt al snel.

 

We worden de zaal uitgestuurd zodat de jury een oordeel kan vormen. Na weer lang wachten verschijnt het jury team in de refter en spreekt haar oordeel uit. Ik ben niet geselecteerd. Wel is mijn buurman geselecteerd. Met een microfoon voor z'n mond vertelt hij waar zijn inspiratie vandaan komt; een foto in de Volkskrant van vluchtende Soedanezen, met matrassen op hun rug. Nee, hij wilde die foto niet naschilderen, maar wilde er zijn eigen draai aan geven door er een abstract werk van te maken met een roller. Ik bekijk het werk opnieuw, maar zie er opnieuw geen vluchtende Soedanezen in, hoe ik ook kijk. Een mooi verhaal bij een lelijk schilderij, is mijn oordeel. Nee, dit is geen jaloezie – het is gewoon geen mooi schilderij. Nietszeggend. Het dier-mens-schepsel “Oranje Aagje” van Peter Oosterhout, gemaakt van aan elkaar geplakte stukjes karton spreekt mij meer aan, erg grappig gemaakt. Het derde kunstwerk is een fijn geschilderd olieverfschilderijtje van twee tomaten en een prei van ene Anita. Dat is heel kunstig gemaakt; met recht een winnaar. Hoewel? Is er sprake van een winnaar? Er zijn 4 rondes, elke ronde heeft 3 geselecteerde werken. Aan het eind van de dag blijft er slechts 1 werk over. Dat werk wordt om 17:00 uur bekend gemaakt. Aan het einde van de dag zijn 11 mensen voor niets de hele dag in en om het museum blijven hangen, terwijl er slechts 1 doorgaat naar de volgende ronde.

 

Ik ben blij dat ik nu naar huis mag. Vind het wel goed zo. Ik pak mijn schilderij in bubbeltjesplastic, neem de gratis shopper met blauwe papagaai erop in ontvangst, bezoek het toilet nog even, vul de enquête in en loop over de Oude Gracht terug naar het station. Langs deze gracht lopen zonder de winkel van Swaak te bezoeken is onmogelijk. Ik loop naar binnen, op zoek naar Schmincke papier voor pastelkrijt. Dat hebben ze niet. Wel toont de verkoper ander papier, maar dat vind ik niet geschikt. Dan zie ik het fluwelen papier dat we tijdens de pastelcursus van de Vrije Universiteit gebruikten, waarvan ik twee vel koop à € 5,10. Uit één zo'n vel kan ik twee A3-tjes snijden op de snijmachine in de winkel. Twee groene, twee blauwe velletjes waarop ik met mijn pastelkrijt kan experimenteren.

 

Thuisgekomen gooi ik de balkondeur open, pak m'n meegebrachte patatje met satésaus uit, geniet daarvan en als ik me daarna in korte broek en hempje in mijn ligstoel nestel in het zonnetje, val ik al gauw in slaap. Ik droom nog even na en laat 'het vierkante ei' opnieuw de revue passeren. Een leuke activiteit, maar niet veel meer dan dat. Of ik de volgende keer weer meedoe? Op het enquêteformulier vulde ik in dat ik wel weer mee zal doen. Ik heb nog anderhalf jaar voordat ik die beslissing moet nemen.

 

De NPS uitzending waarin de uiteindelijke winnaar gekozen wordt is op 31 mei 2009. Dan ben ik net weer terug van vakantie. Ik ga zeker kijken, maar hoop toch dat die man met die Soedanezen met matrassen op hun rug op z'n abstracts niet zal winnen.

 

Anja van de Poll

18 april 2009