ZOMERLAB : RATATOUILLE                                               


"Morgen gaan we van start met "ratatouille". Kunnen jullie meenemen: alle mogelijke soorten restpapier (oude verpakkingen, eierdozen, printpapier etc.etc.) en wat teken- en schildermateriaal. Verder verklap ik nog niks; morgen vertel ik meer. Ik hoop dat jullie er net zoveel zin in hebben als ik” schreef Trix in de mail die ik een dag voor het begin van het zomerlab in mijn mailbox vond. Trix is de beeldend kunstenaar die vijf weken lang, iedere woensdagavond van 20:00 – 22:30 uur, een aantal cursisten van Kade Ateliers aan het denken en het experimenteren zet.

Toevallig vond ik deze zomercursus op kunstzinnig.nl, op zoek naar iets leuks om aan deel te nemen in de zomermaanden. De beschrijving van de cursus deed me besluiten me direct aan te melden: Wat een weelde!! Alle materialen die er zijn in kunnen zetten voor je beeldende werk. Een cursus om in te experimenteren met combinaties van materialen die misschien niet zo voor de hand liggen. Wat is er bijvoorbeeld allemaal buiten op straat te vinden wat te gebruiken is in je schilderij? Kun je schilderen met aarde? Kun je tekenen met boomschors of baksteen? Het levert een enorm scala aan nieuwe mogelijkheden, structuren, texturen, kleuren, lijnen, etc. op. Het zal zeker een nieuwe impuls geven aan je creativiteit.

Normaliter gooi ik mijn afval, waaronder verpakkingen, weg. Na ontvangst van die bewuste mail liep ik rondjes door huis, op zoek naar de gevraagde troep. Eierdozen? Ik startte mijn pc op om nog even te checken of ik me niet per ongeluk voor een kleutercursus had aangemeld, immers eierdozen associeer ik met een kinderknutselclubje, maar nee; dit was toch echt een zomerlab voor gevorderde schilders. Met een gerust hart verzamelde ik verder en vond verrassend veel. Stroken fluweelpapier, verpakkingen van tonijnblikjes, parfum en thee, wat foto's, een paar kaarten en een tijdschrift. Oh, en een koker waarin die prachtige fles olijfolie uit Korfu zat. Het ene ei dat nog in m'n eierdoos zat legde ik voorzichtig los in de koelkast, zodat ik ook dit kinderknutselaccessoire in m'n tas kon stoppen. De ochtend van de cursusdag belde ik Trix nog even om te checken wat ze onder teken- en schildermateriaal verstond. “Moet ik ook een schildersdoek meenemen?” vroeg ik haar. “Nee hoor, niet nodig” antwoordde Trix resoluut. Ik doe wat kwasten, paletmesjes, krijt, acrylstiften, verf, lijm, een schaar en wat potloden in mijn tas en ben klaar voor de start.

Vanuit het centraal station Utrecht is het slechts 10 minuten lopen om de Leidsekade te bereiken. Precies tegenover het Geldmuseum, da's de 2e verlichte ophaalbrug vanaf de Leidse straat oversteken. Doordat ik ruim de tijd de trein had genomen, stond ik een half uur te vroeg voor de gesloten deur van het Kade atelier op nummer 117. Een hoekpand, ooit gekraakt door kunstenaars, door een deal met de gemeente Utrecht nu gehuurd door een onafhankelijke stichting van diezelfde kunstenaars, die zichzelf bedruipt door het geven van lessen en het zich vrijwillig inzetten van de aangesloten kunstenaars. "Kade Ateliers legt in het cursusprogramma een sterk accent op de ontwikkeling van je eigen creativiteit; de technische beheersing is daaraan ondergeschikt. Cursussen hebben vaak een wat eigenzinnige, inhoudelijke gerichte insteek, met een nadruk op de hedendaagse kunst en fotografie. Dat maakt onze cursussen aantrekkelijk voor de startende cursist, maar ook voor de vergevorderde die een nieuwe impuls zoekt" luidt de reclametekst op hun website. Omdat het regende, school ik in de telefooncel voor het pand, luisterend naar zonnige muziek op m'n mp3-speler en tegelijkertijd een leuk boekje lezend. Al snel ging de deur open en kon ik naar binnen. Trix stond boven de wasbak, in een emmer behangplaksel te roeren, met natte handen en dus stelde ik me voor zonder handenschudden. Rond 20.10 uur was de club compleet en vertelde Trix wat de bedoeling was van het verzamelen van dat restpapier en verpakkingen.

Jullie gaan van al het meegebrachte materiaal een achtergrond maken en gebruik zoveel mogelijk materialen, ook die van anderen” luidde de opdracht. “Huh, waarvoor?” wilde ik weten, maar dat bleef vooralsnog geheim. Wij cursisten kiepten onze meegebrachte spullen op tafel en begonnen op een uitgezocht plekje aan het maken van een achtergrond. Ik kocht een vel papier, begon 't een en 't ander neer te leggen en nadat ik een bord behangplaksel van de bar haalde, plakte ik de hele mieterse bende op het dikke vel papier, inclusief de eierdoos. “Nee, je hebt dat plaksel nog nodig” antwoordde Trix, toen ik aanstalten maakte om op te ruimen en het plastic bord in de prullenbak te gooien. Er volgde een korte evaluatie. “Anja, zie je mogelijkheden om jouw resultaat in te zetten als achtergrond voor een kunstwerk?” vroeg Trix. Ik antwoordde bevestigend, want met een beetje gesso en wat heavy gel, paletmes en dikke lagen verf zou ik er een geheel van kunnen maken.

Ga opnieuw een achtergrond maken met dezelfde materialen, maar dan nu in de wetenschap dat zowel dit reeds gefabriceerde stuk alsook het nieuwe fabricaat ondergrond zullen zijn voor een expressief zelfportret” deelt Trix mee. Poeh, ik wist even niet wat te doen. Maar, al gauw ging ik toch aan de gang met het overgebleven materiaal. Toch maakte ik, met in mijn achterhoofd de opdracht van een expressief zelfportret, een veel rustiger, minder heuvelachtige achtergrond in bruin- en beigetinten. Rond kwart over tien waren we klaar met onze opdrachten, bekeken nog even ter inspiratie de website van Els Vegter, een kunstenares die allerlei gevonden en/of verzamelde materialen integreert in haar kunstwerken, ruimden de troep op en rond half elf liep ik moe maar tevreden terug naar het station. Poeh, dat was echt een uitdaging! Ik werd echt aan het denken gezet.

Om tien over elf rolde de trein station Amersfoort binnen, wandelde ik naar huis, maar no way dat ik de slaap kon vatten. Nee, ik was dermate aan het denken gezet, dat ik nog twee uur nodig had om te kalmeren. De volgende dag bekeek ik mijn voorwerpenkrat, vond een mooi stuk stof en een badeendje en maakte, geïnspireerd door het zomerlab een klein werkje in mijn eigen atelier in mijn keuken. En de hele dag speelde de vraag door mijn hoofd hoe ik toch in vredesnaam een expressief zelfportret zou kunnen maken....

Een google sessie leverde niet veel zoekresultaten op en het resultaat dat er was, bestond uit 'gewone' zelfportretten van diverse schilders, waaronder uiteraard Vincent van Gogh. Op de zondag voor de volgende les besloot ik in mijn eigen atelier een zelfportret te schilderen met acrylverf en een paletmes. Voor een eerste, mogelijk ook meteen laatste, zelfportret vond ik het resultaat niet eens zo slecht – enige gelijkenis was er zeker. Ik besloot het zelfportret te fotograferen, printen en sealen en gewapend met 16 kleine geplastificeerde Anjaatjes en een grote tas verf reisde ik op woensdag opnieuw naar Utrecht, voor de 2e les. De 16 zelfportretjes zou ik met lijm of verf kunnen vastzetten op de eerste achtergrond vol heuvels en dalen om vervolgens een detail uit het zelfportret opnieuw te schilderen om zo een expressief zelfportret neer te zetten. Ter plekke zou ik wel beslissen hoe ik precies te werk zou gaan.

 

Eenmaal binnen werden we, na een mok koffie, meteen weer naar buiten gestuurd met een volgende opdracht. “Nu het mooi zonnig weer is, stel ik voor het komende half uur te benutten met het verzamelen van materialen van buiten die mogelijk kleur af kunnen geven. Maak daarna een staalkaart van deze kleurdragers, die als informatiebron gebruikt kan worden voor toekomstig werk”  gaf Trix ons mee. Gewapend met een plastic tas liepen we naar buiten en verspreidden ons. Gezien mijn lichte vorm van smetvrees beperkte ik mijn verzameling tot bloemen, bladeren, bessen, een stuk roest van de brug en boomschors. Modder, bananenschillen, sigarettenpeuken en dergelijke liet ik liggen. Ik kon me de kleur die zij afgeven wel voorstellen. Vuilnisgraaien is aan mij niet besteed. Terug in het atelier sorteerde ik mijn meegebrachte materialen en maakte er een overzicht van met voorwerpbeschrijving en vindplaats. Daarna plette ik de stokroos, de paardenbloem, de klaproos, de lavendel, lobelia en probeerde de kleur eruit te persen. De prachtige, sappige blauwe bessen die ik in het park aan de andere kant van het kanaal vond, gaven in eerste instantie een donkerpaars sap af, maar helaas veranderde dat donkerpaars al heel snel in oranje-bruin. Duidelijk niet het verwachte effect; die bessen kon ik afschrijven als blauwe verf. Het geel van de paardenbloem was verrassend fel, de overige materialen geven een pastelkleur af, variërend van roze, paars, lichtblauw, lichtgeel tot lichtbruin. Trix maakte haar belofte van het cursusprogramma rondom het experimenteren met combinaties van materialen die misschien niet zo voor de hand liggen helemaal waar, ook al koos ik er voor de modder te laten liggen. De volgende keer zal ik latex handschoenen meenemen, voor het verzamelen van naar mijn idee minder lekker in mijn hand liggend materiaal.

 

Nadat de staalkaart af was, gingen we aan de gang met het expressieve zelfportret. Hoewel ik eigenlijk het drukke, geaccidenteerde papier als achtergrond wilde nemen, adviseerde Trix eerst de vlakke achtergrond te nemen. Terwijl ik een deel van deze achtergrond met gesso behandelde, vertelde ik over mijn struggle met het expressieve zelfportret van de afgelopen week. Woorden als control freak en neurootje vielen, niet geheel onterecht. “Maak nou maar gewoon een kop” raadde Trix aan waarna ik de contouren van een hoofd op papier zette. De tijd vloog om en voor we het wisten was het 22.30 uur, tijd om te evalueren en de avond af te sluiten. We waren verre van klaar met onze portretten. Expressief was mijn resultaat zeer zeker, 't was tevens een portret, maar dan zonder “zelf” ervoor. Wat een leuke avond weer, ook al was 'ie veel te snel voorbij en bleven de 16 Anjaatjes in de tas.

 

Ga op zoek in je keuken, beauty case, kelder of schuur naar materialen die structuur of kleur kunnen geven, zoals bijvoorbeeld sesamzaadjes, oogschaduw of iets dergelijks” luidt de opdracht voor les 3..... volgende week...

 

Voordat de 3e les begon liep ik thuis door mijn keuken, op zoek naar spulletjes om mee te nemen. In het keukenkastje vond ik een blauw schuursponsje met groen bovenlaagje, dat ik in blokjes knipte. Een blik in de besteklade leverde een paar rietjes op, die ik ook in stukjes knipte. Spietjes uit de schilderdoos, sesamzaad en gebroken lijnzaad vond ik in het kruidenrek en uit een ander kastje nam ik een hand good evening melange uit een theebus. Adukibonen, paarse en groene glittermake-up, cocktailprikkertjes en nog wat andere glitters en mijn zakje was gevuld. Voor de zekerheid deed ik er nog een paar latex handschoenen bij in en gewapend met deze dingen nam ik de trein naar Utrecht.

 

“Maak een archeologische plaat met grondlagen, qua kleur en structuur enigszins op elkaar afgestemd” luidde de opdracht. Al snel was iedereen muisstil aan het werk met verf, meegebrachte materialen en heavy gel. Ik mengde deze gel met glitteroogschaduw en de kamillebloemetjes uit de thee melange en deed er ook wat lavendel bij, waardoor die grondlaag zeer welriekend werd. De adukibonen drukte ik vast in een andere grondlaag. Meest verrassend werd de schuursponslaag op een achtergrond van groen-blauwe verf. Misschien zal ik schuursponsjes in mijn eindopdracht verwerken, maar gelukkig is het nog niet zo ver dat we al aan de laatste les zijn toegekomen. We praatten over andere cursussen van kade ateliers naar aanleiding van het verschijnen van het nieuwe cursusprogramma, waarvan er een mij wel intrigeerde.

 

Zoals iedere les, vloog ook vanavond om. Weer iets wijzer over mogelijk te gebruiken materialen in kunstwerken liep ik over de verlichte ophaalbrug via de Leidsestraat terug naar het station, nam een lekker ijsje op deze zwoele zomeravond en stapte heel tevreden in de trein naar Amersfoort.

 

Les 4 vond buiten plaats en beloofde explosief te worden, want we gingen aan de slag met oplosmiddelen. Niet zomaar, nee..er was een achterliggende gedachte, namelijk het onderzoeken van het effect van diverse oplosmiddelen op verf. Trix toonde een boek van een kunstenares (wiens naam mij even ontschoten is) die mensen heel realistisch schildert. Het verval van het menselijk lichaam weet zij heel mooi weer te geven. De eerste indruk is “hè bah”, maar als je beter kijkt dan zie je hoe kwetsbaar deze ouder wordende mensen zijn weergegeven, heel mooi waarbij de huid bijna doorzichtig geschilderd lijkt. Dat doorzichtige effect bereikt de schilderes door het forceren van een chemische reactie van haar verf.

Welke effecten zouden wij kunnen bereiken? Op tafel stonden Cillit Bang, wasbenzine, Pokon, Glassex en nog wat middelen. Terwijl verderop de buurtbewoners op deze hete zomeravond in het water plonsden, op zoek naar verkoeling, stonden wij in een oprukkend windje te experimenteren. Eerst wat verf aanbrengen, dan een stapje terug doen en op een veilige afstand Cillit Bang op de verf spuiten, klaar om weg te rennen. Er gebeurde helemaal niets. Ook wasbenzine had geen enkel zichtbaar effect op acrylverf. Pokon zorgde voor wat mini luchtblaasjes in de verf, bij het aanbrengen van Glassex gebeurde evenmin wat. Toen zijn we in het aanrechtkastje gedoken, op zoek naar sterker spul. Het effect van chloor was nihil, zelfs gootsteengel veroorzaakte nul reactie. Enigszins teleurstellend was het wel. Misschien moesten we andere verf gebruiken? Maar toen gebeurde er toch iets. Gerjanne pakte haar vel papier op om het binnen te laten drogen. Per ongeluk boog het papier in waardoor inkt zich mengde met verf, Cillit Bang, wasbenzine, Glassex en Pokon en begon te bruisen. Yes! Daar hadden we op gehoopt, ook al veroorzaakte deze chemische reactie geen extreme resultaten in de verf. Conclusie: er zal iets sterkers of een andere soort verf aan te pas moeten komen om bijzondere effecten van de verf te bereiken. De rest van de tijd gebruikten we om onze zelfportretten af te maken. Een stel jongemannen liep langs en toonde belangstelling. Hen werd meteen het nieuwe programma van Kade Ateliers in de handen gedrukt; een boekje vol interessante cursussen voor alle niveaus. Niet veel later ruimden we onze spullen op en sloot het atelier om 22.30 uur haar deur.

 

Gisterenavond was de laatste les. Trix had een speciale opdracht geformuleerd waarbij we alle nieuwe ervaringen in de praktijk konden brengen in een eindresultaat: Maak een odalisk à la Matisse en hoewel je alle materialen kunt gebruiken, belangrijk is de odalisk zelf, ze moet wel een beetje uitstraling hebben”. Hé wouh, dat was natuurlijk een opdracht naar mijn gusting, immers... ik was al eens naar Vence en Nice afgereisd om de wereld van Matisse te ontdekken en ben een groot fan van deze fantastische schilder. Probleem was het feit dat ik er om de een of andere onverklaarbare reden niet aan gedacht had om allerlei materialen mee te nemen. Maar, niet getreurd, ik verzon een list en pakte alle objecten die ik in de afgelopen weken had geproduceerd, knipte de hele mieterse bende in repen en blokken en besloot die ene geaccidenteerde achtergrond (waar die Anjaatjes dus nooit op bevestigd werden) als achtergrond te gebruiken voor mijn odalisk. Eerst een vage schets, daarna aan de gang met dikke klodders verf om alle oneffenheden te egaliseren. En al snel was de basis gezet voor een odaliskenkunstwerk. Behangplaksel, nietjes, verf, lijm, schuurspons, rietje, servetje, adukibonen, het resultaat was een kleurrijk schilderij met bergen en dalen. En ineens was de tijd om, evenals deze ratatouille zomerlabsessie. Een abrupt einde, want ik kon nog wel even doorgaan met experimenteren....

 

Samenvattend kan ik deze zomercursus echt aanbevelen, want het ontdekken van de mogelijkheden van de diverse materialen was echt een eye opener. De aankondiging beloofde een enorm scala aan nieuwe mogelijkheden, structuren, texturen, kleuren, lijnen, etc. op. Het zou zeker een nieuwe impuls geven aan mijn creativiteit geven. Nou Trix, dat is je meer dan gelukt!!

 

 Terug naar de homepage