ROKEN, BREIEN EN DAN TOT KUNSTWERK VERHEVEN                                                                      


 

Hoe ik stopte met roken, begon te breien en uiteindelijk dat breiwerk tot kunstwerk verhief...

 

Eind 2006 belde ik mijn moeder.

“Mam, ik ga op 1 januari 2007 stoppen met roken!” “Oh kind, heb je al wol gekocht?” antwoordde mijn moeder heel verrassend. “Wol gekocht? Hoezo? Wat moet ik daarmee?” vroeg ik haar verbaasd. “Nou, als je stopt met roken weet je niet wat je met je handen moet doen. Om die enige bezigheid te geven, kan je het beste gaan breien. Als je breipennen in je handen hebt, kun je er geen sigaret bij vasthouden” legde ze uit. “Hartstikke leuk mam, maar ik ga niet zitten breien” antwoordde ik vastbesloten. Maar naarmate oudejaarsavond dichterbij kwam, begon de twijfel toe te slaan en leek het voorstel van mijn moeder steeds aanlokkelijker. Op 31 december, kort voor het sluiten van de winkels, rende ik de Zeeman binnen en gooide mijn boodschappenmandje vol met bollen wol in allerlei kleuren en structuren. Bruin en blauw, ecru, beige, lila en aquamarijn, pluizig, katoenig, met bubbeltjes, dik en dun. Ik koos ervoor om oudejaarsavond alleen door te brengen, voor de televisie. Geenszins wilde ik me helemaal suf paffen om vervolgens hunkerend naar nieuwe nicotine wakker te worden op nieuwjaarsdag. Nee, die avond pakte ik mijn nieuwe breipennen en zette steken op. Het was even wennen want hoe ging dat ook al weer? Mijn breitijd lag al enige jaren achter me, zo'n 20 jaar om precies te zijn. Destijds zat ik als schoolmeisje in de bus eindeloos truien te breien, waarin ik zeer bedreven was. Met dubbele draad en op dikke pennen zette ik 40 steken op en rond middennacht had ik al 80 pennen gebreid en was de eerste lap af. Meteen zette ik nieuwe steken op voor een nieuwe lap. Ik had bedacht dat als ik 30 lappen zou breien, ik een geweldig plaid voor op mijn couch zou hebben. Toen ik naar bed ging had ik nog sigaretten over. Ik brak ze in stukken en gooide ze weg. Vanaf nu was ik een niet-roker.

 

Op 1 januari 2007 begon ik meteen na het ontbijt te breien en hield niet meer op. Na een paar weken had ik de 30 lappen af. Ik haakte randjes om alle lappen en haakte daarna alle lappen aan elkaar waardoor ik een bijna kamerbreed plaid voor me had liggen. Het stoppen met roken kostte geen centje pijn. Au contraire! Ik was helemaal om! Roken was vanaf nu vies en alle rokers stonken.

 

Als genezen niet roker was ik opnieuw helemaal verslaafd, dit keer aan breien. Al snel kreeg ik zere schouders. Een zak boodschappen of vuilnis werd te zwaar om te dragen en achter mijn pc kon ik niet al te veel tikken voordat ik weer pijn kreeg. “Gaat vanzelf over” meende de huisarts. Ik stopte met breien na een aantal warme sjaals gebreid te hebben. Ik haakte pannenlappen, schilderde als vanouds en na een paar maanden werd de pijn iets minder. Begin 2008 begon ik aan een nieuw plaid. Maar wat moest ik in 's hemelsnaam met nog zo'n plaid, dit keer in roze tinten? Na 10 lappen gebreid te hebben stopte ik met breien. De pijn in mijn schouders was inmiddels een slijmbeursontsteking geworden en nu was het uit.

 

De wolmand stond alweer een jaar onaangeroerd naast de bank toen ik een heel leuk idee kreeg. Ik had in de zomer van 2009 de zomercursus 'Ratatouille' bij Kade Ateliers in Utrecht gevolgd, waardoor ik heel erg open stond voor het experimenteren met diverse materialen in de kunst. Op een avond pakte ik een in ribbelpatroon gebreide lap en maakte hem met Pretex hard. Toen de lap droog en hard was, smeerde ik er gesso op en plakte ik de harde lap op hardboard. Ik kocht een wissellijst en sneed de lap op maat, zodat de lap buiten de lijst kwam. Ik verfde de lap met dikke lagen metallic verf in waterkleuren. Van een kartonnen doos nam ik de hoek, vouwde deze plat en schilderde er een vis op. Met gouddraad haakte ik bloemen. Zowel het karton als de gehaakte bloemen maakte ik ook hard met Pretex. Het was even afwachten wat het resultaat zou zijn, want in eerste instantie is Pretex een melkachtige substantie en zit alles er erg kliederig en kleverig uit. Na een paar dagen was het schilderij geheel uitgehard en kon ik de laatste laag aanbrengen: de glanzende laklaag. Ik lijstte de vis in in een aluminium lijst en keek uiterst tevreden naar het resultaat. Echt heel mooi. Een waar kunstwerk! En iedereen die het zag was het met me eens.

 

In de jaren na mijn stopdatum heb ik veel gebreid, een nieuwe ondergrond voor mijn kunstwerken ontdekt en toegepast, heb ik een chronische slijmbeursontsteking, maar.... ik rook niet!

Anja van de Poll

 

 

 Terug naar de homepage