FRESCO SCHILDEREN                                               


Een giornata is een hoeveelheid voor één dag. Deze term werd veelvuldig gebruikt in het Italië uit de Renaissancetijd en slaat op een oppervlakte pleisterwerk die in één dag bewerkt kon worden door frescoschilders. De moeilijkheid van het frescoschilderen zit 'm in het feit dat er heel snel gewerkt moet worden, omdat het pleisterwerk waarop geschilderd wordt in één dag droogt. Daarom is het aanbrengen van een fresco bovenal een kwestie van planning en doorwerken.

 

Dit alles wist ik nog niet toen ik op een zaterdagochtend met een in aluminium verpakt  stapeltje zelfgebakken boterhammen, belegd met gegrilde aubergineschijven, gedroogde tomaat, basilicum en mozzarella het lokaal van de Volksuniversiteit van Amersfoort binnenliep. Als cursist werd mij bij het aanmelden meegedeeld dat ik zelf voor de lunch diende te zorgen, dus verscheen ik met de meest lekkere, hapklare mediterrane versnaperingen. Helemaal 'into Italy' nam ik met een plastic bekertje koffie plaats, na iedereen een hand gegeven te hebben.

 

Beroeps frescomaker Annet Both verzorgde deze cursus, stelde zichzelf kort voor als docent van een stukadoorsopleiding en van diverse frescocursussen en -projecten. Voor Annet is het leven zonder fresco schraal. De impact van fresco vanwege de eigenheid, historie en de aard is een enorme verrijking in haar leven. Ze werkt aan grote projecten op buiten- en binnenmuren en restaureert eeuwenoud frescowerk.

 

Deze zaterdag begon onze docent met een lezing over de geschiedenis van de eeuwenoude frescotechniek. Natuurlijk kennen we allemaal de fresco's van Michellangelo in de Sixtijnse kapel in Rome, en zijn velen van ons naar Pompeï en Herculaneum afgereisd om de fresco's in deze opgegraven steden te bewonderen, maar de frescotechniek is al veel ouder. De Azteken en de Egyptenaren kenden deze techniek die op meerdere plekken ter wereld op ongeveer dezelfde tijdstippen ontstond. In het vroegere Cyracuse zijn resten gevonden evenals in Bagan, in central Myanmar.  In Knossos op Kreta werden fresco's gevonden uit 1500 voor Christus. In Syrië werd recentelijk mogelijk de oudste fresco gevonden en overal ter wereld worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Juist door de techniek blijven de schilderingen eeuwenlang bestaan. Bij het frescoschilderen op nat pleisterwerk, absorbeert de muur tijdens het drogen de pigmenten. Terwijl het water verdampt, neemt de kalk koolzuur uit de lucht op en vormt calciumcarbonaat. Hierdoor wordt de frescoschildering als het ware een deel van het muuroppervlak, het is eigenlijk in de muur geschilderd, in plaats van erop. Hierdoor ontstaat een zeer duurzaam kunstwerk.

 

In gedachten herbeleefde ik mijn reizen en excursies naar plekken als Herculaneum, Knossos, Napels, Santorini, Montenegro, Istanbul, Frankrijk en Florence en besefte ineens waar mijn interesse voor deze cursus vandaan kwam; onbewust wilde ik ook kunnen wat men toen kon.

 

We kwamen aan bij de techniek. Van marmerpoeder, gebluste kalk en gewassen zand wordt mortel gemaakt. Deze mortel wordt op de muur aangebracht ter grootte van een giornata, een deel dus dat in een dag bewerkt kan worden. Daarop word met in water opgelost pigment geschilderd. Mengen van kleuren op de muur zelf is onmogelijk omdat de muur de verf onmiddellijk absorbeert. Vanwege de snelle droogtijd, is het zaak eerst een patroon te maken, zodat direct na het aanbrengen van de mortel begonnen kan worden met de schildering.

 

Nee, het was vandaag niet mogelijk om zomaar uit het hoofd iets spontaans te schilderen.  Daarom reikte onze docent plaatjes uit waaruit wij een afbeelding konden kiezen. Door middel van het tekenen van een raster werd ons gevraagd de gekozen afbeelding in de juiste verhouding over te brengen op transparant stevig papier. We legden onze transparante tekening op een zachte tapijttegel en met een punaise prikten we gaatjes in de contouren van de tekening.

 

Klaar met de tekening, mengden we in de hal het gewassen zand, het marmerpoeder en de gebluste kalk in de juiste verhouding. Onze docent had ondergrond geprepareerd, bestaande uit een plank van 30 x 40 cm, met daarop geniet kippengaas, waarop en waartussen al een eerste laag mortel was aangebracht. Op deze plankjes brachten wij onze vers gemixte mortel aan. We spanden onze tekening met gaatjes losjes op de mortellaag en met een groen pigmentpoeder op een sponsje veegden we lichtjes over de tekening, zodat er op de mortel een stippelpatroon verscheen als houvast voor de aan te brengen tekening. Groen poeder omdat die kleur in de uiteindelijke tekening het minst zichtbaar zou zijn.

     

Het was de hoogste tijd voor een mediterrane versnapering, terwijl ik om mij heen keek naar de eerste frescostappen van mijn medecursisten. Aan de overkant twee fanatiekelingen die na jarenlang icoonschilderles zich nu wilden wagen aan het schilderen van icoonfresco's op nog nader te bepalen wanden. Heel serieus gingen zij minutieus om met hun punaise en het mengen van de juiste, van te voren vastgelegde icoonkleuren. Na nog een boterham keerde ik terug naar mijn tafel voor de volgende stap.

 

Op een plastic bord drapeerde ik hoopjes pigmentpoeder. Met water mixte ik kleuren. De grijze mortel zou uiteindelijk wit opdrogen en aangezien het schilderen van lichte kleuren over donkere kleuren niet kan, kan wit het best bereikt worden door het leeglaten van witte oppervlakken. Ik schilderde drie Masai met speer en kindjes op hun rug in een dor Afrikaans landschap waar de zon langzaam onderging. Doordat ik met de muis van mijn hand over de groene stippen had gewreven, waren die grotendeels vervaagd, maar omdat het hier een hele simpele tekening betrof, kon ik dat ook wel uit mijn hoofd.

 

Het was doodstil, iedereen zat half in trance te schilderen. Ik vond het leuk en interessant, maar ook zeer beperkend. Nu zaten wij hier op plankjes een techniek te leren, maar in de echte frescowereld zaten of lagen de schilders in de meest vreemde houdingen om een laag bij de grond of zeer hoog in de hoek op een plafond aangebracht stuk mortel te beschilderen, onder waanzinnige tijdsdruk vanwege de droogtijd. Hup, weer een stukje patroon aanbrengen op een nieuwe laag mortel en verder schilderen! moet het motto geweest zijn, oh en graag voordat de avond valt.

 

'Als jullie zin hebben, dan kunnen jullie je opgeven voor een tweedaagse happening; dan gaan we ergens een echte muur helemaal beschilderen'. Ik spitste mijn oren bij het horen van deze uitnodiging van de docent. Mijn interesse verdween toen ze de prijs noemde en uitlegde dat er ook tijdens die twee dagen geen eigen inbreng aan te pas zou komen. 'Nee, er wordt naar een vaststaand patroon gewerkt'  legde Annet uit.

 

Ik had mijn frescoschildering een uur voor cursuseinde af. Ik kon tegen een gereduceerd tarief materiaal voor een tweede schildering aanschaffen, besloot echter om naar huis te gaan.

 

‘Zo kan ik thuis nog even aan een op mijn ezel staand schilderij verder schilderen’ dacht ik. Die gedachte was bepalend voor mijn beeldvorming over frescoschilderen. Poeh, eerst half Nederland doorreizen op zoek naar die ene leverancier van geblust kalk en marmerzand, dan met zakken slepen, gaan mixen waarbij poeder alle kanten op stuift. Nee, da's niets voor mij. Laat iemand anders maar met die mortel aan de slag gaan en mij roepen als ik – op goed bereikbare hoogte – met mijn verf aan de slag kan en dan het liefst op een door mijzelf bepaald patroon. Lekker decadent.

 

Ach, natuurlijk zou het tof zijn om met een pot mortel ergens de bergen in te trekken en op een volstrekt willekeurige plek een stuk rotswand te prepareren om daar vervolgens een mooi fresco te realiseren, maar vooralsnog zie ik mij hier in het overbevolkte Nederland niet zo snel op muren schilderen.

 

Toch goed om nu te weten hoe dat frescoproces verloopt. Misschien, als ik weer eens aan de Côte d' Azur of in Griekenland ben en de bergen in reis.... ergens onderweg... toch 'ns proberen?

 

 Terug naar de homepage